Het belang van tekenbestrijding

Het belang van tekenbestrijding en door teken overgedragen ziekte en mogelijke bijwerkingen van anti-tekenproducten bij hond en kat
Met de stijgende temperaturen in de lente en zomer neemt ook de activiteit van teken toe. De schapenteek Ixodes ricinus komt voor bij verschillende diersoorten, waaronder hond, kat en de mens, terwijl Dermacentor reticulatus bijna uitsluitend bij honden wordt aangetroffen. De besmetting met deze bloedzuigers is niet alleen vervelend voor honden en katten, omdat zij jeuk en lokale ontsteking van de huid kunnen veroorzaken, maar teken vormen ook een belangrijk risico voor de gezondheid van mens en dier door de mogelijke overdracht van ziekteverwekkers.

Ziekteverwekkers

De ziekteverwekkers die kunnen worden overgedragen in de Benelux, zijn onder andere de ziekte van Lyme, ehrlichiose en tekenencefalitis. Het ‘tick borne encephalitis’ (TBE) virus lijkt zich verder naar Noord-West Europa te verspreiden en kan leiden tot ernstige neurologische verschijnselen bij mens en dier. In het voorjaar van 2016 bleken in Nederland reeën en teken besmet te zijn met het virus op de Sallandse en de Utrechtse Heuvelrug. Enkele mensen hebben het virus in deze gebieden opgelopen (bron: RIVM). In België zijn antilichamen tegen het TBE-virus aangetoond bij wilde zwijnen en runderen, wat erop wijst dat het virus hier mogelijk ook aanwezig is.

Bijwerkingen anti-teken middelen?

Besmetting met teken kan voorkomen of behandeld worden door toediening van antiparasitaire middelen. Via diverse (sociale) media wordt melding gemaakt van bijwerkingen die gerelateerd zouden zijn aan het gebruik van bepaalde middelen, vooral medicijnen met een nieuwe groep werkzame stoffen (de isoxazolinen) die als tablet of spot-on toegediend worden. Deze berichten leiden in sommige gevallen vanzelfsprekend tot onzekerheid bij dierverzorgers, eigenaren van gezelschapsdieren, maar ook bij dierenartsen.
Echter, toegelaten geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik hebben een aantoonbaar bewezen tolerantie en veiligheid. In Europa zijn de middelen die geregistreerd zijn, goedgekeurd door de overheid. Ze worden in het kader van de registratieprocedure uitgebreid onderzocht. Bovendien worden bijwerkingen, die gemeld worden aan het Bureau Diergeneesmiddelen (Nederland) of het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (België) nauwkeurig gedocumenteerd en onderzocht. Bijwerkingen (in alle variaties) na toepassing van middelen tegen ectoparasieten worden echter zelden gezien. Daarbij kan men zich afvragen of de kans op bijwerkingen ten gevolge van het gebruik van deze goedgekeurde geneesmiddelen op weegt tegen de eventuele overdracht door teken van ziektekiemen.
Als alternatief voor de officiële diergeneesmiddelen wordt soms het gebruik van alternatieve middelen (bijvoorbeeld kokosolie) geadviseerd. Echter, voor deze ‘alternatieve tekenmiddelen’ ontbreekt wetenschappelijk bewijs voor afdoende werkzaamheid.
Als onafhankelijke deskundige organisatie adviseert ESCCAP Benelux alleen het gebruik van door de overheid geregistreerde producten, waarvan de veiligheid en de werkzaamheid bij de bescherming tegen tekenbeten en door teken overgedragen ziekten afdoende is getest.

Conclusie

Hoewel niet elk contact met een besmette teek leidt tot infectie en niet elke infectie tot ernstige ziekte, bestaat er in de Benelux voor honden en katten die regelmatig buiten komen wel een risico op infectie en eventueel ziekte na een tekenbeet. Dierhouders en eigenaren van gezelschapsdieren wordt daarom geadviseerd hun dieren tijdens het tekenseizoen te beschermen met effectieve anti-parasitaire middelen. De dierenarts heeft de meeste kennis en kan hierover het beste adviseren.

Afbeeldingsresultaat voor teken