Blog van Joke dierenarts (en eigenaresse)

08-05-2018

Al heel jong had ik iets met dieren. Het lag in mijn genen opgeslagen en is aangewakkerd door mijn oma van vaders kant. Wij woonden in Rotterdam, mijn vader is geboren in Zeeland.

Elke zomervakantie gingen we naar oma in Zoutelande voor een strandvakantie. Mijn oma spaarde paardenkaarten, die zij bewaarde in een kistje en ik vond het geweldig om met haar al die mooie plaatjes te bekijken. Het zaadje was geplant en ik zou me ontwikkelen tot een echt paardenmeisje.

Bovenaan mijn verlanglijstje stond elk jaar weer met stip een pony, maar die kwam er niet: de aanschaf was niet het probleem, maar dan de kosten van stalling, dierenarts, hoefsmid, ja… daar zou ik later nog wel achter komen…

Ik mocht wel naar pony-les op de lokale manege, maar ik was vijf en te jong, kom later maar eens terug. Mijn zes jaar oudere zus, inmiddels door mij aangestoken met het paardenvirus, nam mij op sleeptouw en zij vond altijd wel ergens een paar pony’s die we dan mochten verzorgen en in ruil daarvoor af en toe een uurtje konden berijden.

Intussen kwam er wel een goudhamster als huisdier, niet de ideale keus voor een kind bleek al gauw. ‘s Nachts moest hij mijn kamer uit omdat hij met zijn geknaag en geren in zijn molentje mij wakker hield en als ik hem overdag wilde aanhalen en in zijn slaap stoorde, beet hij mij (terecht) in de vinger. Toen hij op een dag ontsnapte en achter de massief eikenkast verdween in de woonkamer, die mijn vader weigerde van zijn plaats te halen, voerde ik hem nog trouw maanden elke avond naast de kast. Tot het op een ochtend was blijven liggen. Pinky was dood... Jaren later gingen we verhuizen en werd de kast eindelijk van zijn plaats gehaald. Pinky bleek een heerlijk holletje gemaakt te hebben van de vloerbedekking en houtsnippers uit de achterwand van de kast. Hij had daar een heerlijk rustig leventje geleid.

Daarna had ik konijnen en er ontstond interesse in het houden van vissen. En zoals dat gaat met sommige hobby’s, groeit in de aquaristiek met de interesse  ook het formaat van de bak. De goudvissenkom werd een bakje met guppen en black molly’s en uiteindelijk een tropisch aquarium van meer dan een meter. Ik werd lid van een aquariumvereniging en scheikundig expert in het onderhouden van de juiste waterkwaliteit.

Toen ik ging studeren en op kamers ging wonen bleef het aquarium bij mijn ouders en kwam er een valkparkiet. Hij was handtam en niet gekortwiekt vloog hij door het studentenhuis. Toen ik na een aantal jaar vanwege mijn co-schappen vaker afwezig was, kreeg hij een vrouwtje om hem gezelschap te houden. Alleen hield Chico meer van mensen en zijn eigen spiegelbeeld en wilde niets van haar weten. Dus kwam er nog een mannetje voor haar en met zijn drieën waren ze happy.

Paarden waren nog steeds mijn grote liefde en tijdens mijn studie had ik het geluk om op de schouwhengst van de faculteit Diergeneeskunde te mogen rijden. Een schouwhengst moet achterhalen of een merrie zich in haar vruchtbare periode bevindt. Het is een redelijk frustrerende job, altijd maar mogen snuffelen en de daad zelf (bijna) nooit mogen uitvoeren. Om Walter gezond in het hoofd te houden, maakten we lange buitenritten met hem in de nabijgelegen bossen van Zeist en De Bilt. Walter, een kruising Arabier, woonde op de afdeling Verloskunde/ KI van de faculteit en toen daar op een gegeven moment gestart werd met het invriezen van hengstensperma voor KI doeleinden brak er een gouden tijd aan voor een paardenmeisje. De beste KWPN dekhengsten werden er gestald en wij mochten hen verzorgen en een aantal ook berijden. Het koste me een jaar van mijn studie maar de ervaring had ik voor geen goud willen missen.

Walter raakte inmiddels aardig op leeftijd en deed zijn werk niet altijd meer zo goed. Ik mocht hem wellicht overnemen. Mijn zus zou hem dan door de week verzorgen en ik in de weekenden wanneer ik naar huis kon. Er werd stalling gezocht en gevonden op een pensionstalling/ stoeterij in de woonplaats van mijn zus. Uiteindelijk mocht Walter toch op de universiteit blijven en stierf daar een jaar na mijn afstuderen een natuurlijke dood.

Ondertussen was het paardenvirus bij mijn zus ook weer opgeflikkerd en zij kocht bij de eerder genoemde fokkerij een KWPN merrie van 2 jaar oud, welke ik na een jaar van haar overnam. Inmiddels is dit paard 29 jaar oud, moeder van 7 door ons gefokte veulens en nog steeds in mijn bezit evenals één van haar zoons. Mijn zus woont nu op de stoeterij en naast het fokken van veulens runt zij daar met haar man en kinderen een groot manegebedrijf en pensionstalling met wel 100 paarden.

Tijdens mijn dierenartsenbestaan kwamen er ook honden, eerst in de vorm van Rasjah een Mechelse herder. Jaren vergezelde ze mij op mijn visiteronde langs de diverse stallen in Zuid Holland. Later volgde Kai een kruising herder geboren op de Voorschoterlaan waar wij toen praktijk hielden. Hij kwam samen met zijn broers en zussen voor de zes weken enting en ik was verkocht. Ik hem bijna 15 jaar mogen hebben en heb er een geweldige hond aan gehad. Er was ook nog Figo, weer een Mechelaar kruising. Hij paste helaas niet in mijn leven, was te snel overprikkeld en ik heb hem herplaatst bij heel lieve mensen die op de Veluwe woonden en hem de ruimte en rust konden bieden die hij nodig had. Later kwam er naast Kai een Beauceronpup, mijn eerste echte rashond, die wij helaas met zes maanden moesten inslapen vanwege een klepafwijking aan zijn hart. Het bleek domme pech en we kozen bij dezelfde fokker een nieuwe Beauceronpuppen dat is Kyran, welke nu inmiddels alweer 7 jaar bij ons woont.

Verder deelden diverse katten mijn leven, ze kwamen allemaal via stichting zwerfkat. Eentje heb ik er nog van over, 15 jaar oud is Socks inmiddels. Zij is altijd schuw gebleven, ze kiest er voor niet binnen te komen. 2x per dag meldt ze zich in de tuin bij de achterdeur om te eten en verder leeft ze een vrij leven rondom en in de stallen van mijn zus en zwager, waar ze samen met de katten van de buren de muizenpopulatie op peil houdt.

Als ik nu zie met hoeveel respect en vertrouwen onze dochter van bijna zes omgaat met de paarden, met Kyran en met Socks, ben ik daar tegelijk trots en blij om.

Dieren kunnen je zoveel leren omdat ze niet oordelen maar gewoon terug geven en spiegelen wat jij erin stopt aan zorg en aandacht.

Nee, een leven zonder dieren is voor mij ondenkbaar.

Zorg goed voor jullie dieren en laat ze je leven verrijken!

Joke

Dierenarts

Dierenkliniek Kralingen